Ik heb in het verleden veel onderzoek mogen doen en gesprekken mogen voeren met mensen die op zoek waren naar goede zorg. Die interviews nam ik vaak bij hen thuis af. Want het waren intense en emotionele gesprekken. Zij zochten bijvoorbeeld zorg voor henzelf of hun naasten.

Sommige verhalen waren echt schrijnend, anderen weer hoopgevend. Maar bijna altijd met een rode draad. Het zorglandschap is voor velen als een bos. Een oerwoud. Het juiste pad daarin vinden is moeilijk. De stronken op het pad zijn soms behoorlijk (denk aan doorverwijzingen, opnieuw je verhaal doen, indicatie aanvraag, formulieren invullen).

En veel bomen lijken ook nog eens op elkaar in de zorg, alhoewel we het soms andere namen geven. Ga er als leek maar aan staan. Enne.. je loopt er vaak niet in je beste moment doorheen. Dus dat ‘bos’ is soms ook naargeestig en zeker niet altijd even empathisch. Soms bleek ook dat zij nauwelijks nog energie hadden om objectief op zoek te gaan. Juist vanwege hun zorgen of pijn.

Je zult wellicht al begrijpen hoe mijn missie is ontstaan.

Want aan de ene kant ontmoette ik zorgverleners die liever niet zichtbaar waren. Gewoon omdat het ‘niet om hen draait’ en het ook wel ‘eng’ is. En aan de andere kant sprak ik veel moedeloze mensen die door de bomen het bos niet meer zagen.

Zie jouw ‘zichtbaar zijn’ dus voortaan alsjeblieft als een onderdeel van jouw missie om mensen te helpen. Echt, dat waarderen zij enorm (ook dat kwam vaak uit het onderzoek). Zelfs een aantal keer bellen om je aanbod te doen of een potentiële cliënt op ideeën brengen, wordt echt gewaardeerd. Omdat mensen dat soms nodig hebben. En jij het vanuit de beste intenties doet. Hou dus niet achter die boom verborgen wat in het licht moet staan. Waar jij hen mee kunt helpen.

Zichtbaar zijn in de zorg doe je immers niet voor jezelf, maar voor die ander.

Geregeld hoor ik zorgondernemers hun zorgen uiten over de weerbarstigheid van het verwijzersveld. Herken je dat? Het gevoel dat je te weinig krijgt doorverwezen, dat ‘verwijzers vooral kiezen voor de grote instellingen. Of date ze je gewoon vergeten, terwijl je je er uitgebreid voorgesteld hebt? En weet je, ik kan mij zo goed voorstellen dat je dat moedeloos maakt, zeker als jij afhankelijke bent van doorverwijzingen. Of eigenlijk, afhankelijke van hebt gemaakt.

Kies voor twee sporen

Ik adviseer dan ook om altijd een twee sporen strategie te kiezen.  Want alleen ‘hopen’ dat verwijzers jou goed gezind zijn is geen strategie. Daar ga je het dus niet meer redden. Oké, misschien voor een bepaalde tijd wel redelijk, maar als degene die veel doorverwees naar jou weggaat, of er staat een andere partij op die hen net even beter gezind is, dan sta je met lege handen. Risicovol dus.
Zet daarom sowieso niet alleen in op verwijzers, maar ook op de cliënt/patiënt zelf (of hun sociale systeem). Wat als je goed zichtbaar bent voor hen, neem je in de slipstream ook altijd verwijzers mee. Dat zijn immers ook gewoon mensen die op het internet surfen 😉

Strategie voor verwijzers

Maar goed, weer even terug naar een strategie voor verwijzers die wél werkt. Vaak zie ik namelijk dat zorgondernemers vol enthousiasme contact zoeken. En dat is prima. De eerste stap is daarmee gezet. Maar daarna ontbreekt het zo vaak aan opvolging. En tja, dan ben je ‘plop’ vrij snel uit hun gedachten. Er zijn namelijk zoveel praktijken en zorgverleners die hen benaderen. Je kunt het ze niet eens kwalijk nemen, toch? Zorg dus voor een opvolgstrategie zodat jij goed in hun gedachten blijft.

Kruip in de huid van de verwijzer

Maar denk ook na over de inhoud. Want als ik aan zorgondernemers doorvraag wat ze dan vertellen, of achterlaten bij die verwijzers, dan is dat meestal nogal aanbod gericht; wie ben je en wat bied je. En o ja, hoe verloopt de aanmelding. Niet onbelangrijk hoor, maar het valt mij op dat bijna niemand zich écht in de verwijzer verdiept. En dáár zit juist de sleutel voor een goede samenwerking. Probeer mee te denken en te ontzorgen.

Deze vragen zijn dan helpend:
  • Wat vinden zij belangrijk om te weten?
  • Op welke punten verwijzen zij eigenlijk door?
  • Wat hebben ze nodig om hun collega’s te informeren?
  • Wat voor beeld hebben ze van jou of jouw praktijk of wellicht van het type dienstverlening (want vergeet niet, dat met name in sociale wijkteams het zeker niet allemaal generalisten zijn)
  • En wat weerhoudt hen als ze niet doorverwijzen?
Als je hier goed op in kunt spelen heb je écht wat in handen. Alleen al het stellen van de vragen zorgt voor oprechte wederzijdse interesse en verbinding. Als je het dan ook nog omzet in concrete acties, dan verhoog je jouw toegevoegde waarde enorm. Want hoewel zij natuurlijk onafhankelijk moeten doorverwijzen, speelt er altijd in het onderbewustzijn een gunfactor. Het blijft immers mensenwerk!